Ethiopië Awash. "Zonder continuïteit geen impact"

Bijgewerkt op: jun 24

Het NWB Fonds financierde de afgelopen jaren verschillende internationale waterschapsprojecten. In 2020 heeft het fonds uitvoerig gesproken met een aantal projecten over de impact van het internationale werk van de waterschappen. Hieronder een gesprek met Rens Huisman (waterschap Zuiderland) over het project in Ethiopië


Rens Huisman is een veteraan op het gebied van internationaal waterschapswerk. Als coördinator internationale samenwerking bij waterschap Zuiderzeeland leidde hij een project in het Ethiopische Awash Basin om het waterbeheer in dat gebied te stroomlijnen en te verbeteren. Terugblikkend stelt hij: “Impact vraagt continuïteit.”


Het stroomgebied van de rivier de Awash is het intensiefst gebruikte stroomgebied van Ethiopië. Landbouw, industrie en circa 20 miljoen inwoners zijn afhankelijk van water uit het Awash basin, een stroomgebied driemaal groter dan Nederland. Het Water Governance Implementation Program (WGIP), dat zes jaar liep en was opgezet onder auspiciën van Waterschap Zuiderzeeland en gefinancierd door het NWB Fonds, was gericht op verbetering van het waterbeheer in het gebied.


Organisatie, samenwerking en eindgebruikers

Het verbeteren van het waterbeheer is een breed geformuleerd doel voor een internationale missie. Het wordt volgens Huisman al iets concreter door dit doel in drieën te knippen. “Het draaide in dit geval om het verbeteren van de organisatie van de RBA. Ook van belang was het versterken van de samenwerking met relevante partijen, met name andere overheidsinstellingen. En als derde gaat het er natuurlijk altijd om dat de watergebruikers een verschil merken. Dat laatste is een lange termijn gevolg van de eerste twee elementen. En op het gebied van organisatie en samenwerking hebben we meetbare stappen kunnen zetten.”

“Het project ging van start op vraag van een Ethiopische minister,” herinnert Huisman zich. Voor het waterbeheer in het gebied zijn een River Basin Authority (RBA) en regionale waterbureaus verantwoordelijk. “Maar het probleem was dat de RBA alleen maar operationeel en lokaal dacht in plaats van coördinerend en op stroomgebiedsniveau. Daarnaast waren verantwoordelijkheden tussen verschillende betrokken overheden niet helder verdeeld. De RBA kon daardoor geen overkoepelend waterbeleid voor het hele gebied uitzetten.”


Het gevolg daarvan was, aldus Huisman, dat er geen integraal waterbeheer kon ontstaan. “Door een gebrek aan samenwerking werden beperkte middelen niet efficiënt ingezet. Knelpunten waar de bevolking direct last van had, als wateroverlast, watertekort en slechte waterkwaliteit, konden onvoldoende worden aangepakt.”


Gebrek aan bekendheid

Volgens Huisman wordt ieder startend project in het buitenland gekenmerkt door een gebrek aan context. “In de zes jaar van het project, heb ik keer op keer ontdekt dat je tegen problemen aanloopt waarvan je het bestaan echt nooit had vermoed. Pas terwijl je bezig bent, begrijp je de problematiek goed en kun je een bijdrage leveren aan het oplossen ervan. Daarom ligt de meerwaarde van dit soort projecten echt in de langjarige verbintenis.”


Al bij begin van het project was geconstateerd dat een gebrek aan bekendheid een van de problemen van de RBA was. ”Maar hoe diep dat probleem zat, merkten we pas na verloop van tijd. Stakeholders, met name op federaal niveau en in andere sectoren als de landbouw of industrie, wisten eenvoudigweg niet van het bestaan of vaker niet van de precieze verantwoordelijkheden af.”


Om de samenwerking tussen de RBA en andere Ethiopische overheden en stakeholders te verbeteren en zodoende ook de bekendheid te vergroten, werd binnen het WGIP een ‘Waterakkoord’ geïntroduceerd. Die samenwerking was ook nodig om een binnen het project opgezet stroomgebiedsbeheerplan uit te kunnen voeren.


Waterakkoord en stroombeheergebiedsplan

Het ‘Waterakkoord’ is geënt op het Nederlandse model, maar toegesneden op de lokale noden en behoeften. “Een afvaardiging van de RBA is op bezoek geweest in Nederland en we hebben laten zien wat een waterakkoord op kan leveren. De ervaring van de waterschappen, de bereidheid projecten te ondersteunen en de bereidheid anderen een blik in de keuken te gunnen, hebben hier dus het verschil gemaakt. Dat geldt zeker ook voor het stroomgebiedsbeheerplan dat is opgesteld om de opgaven in het stroomgebied te coördineren”


Naast het waterakkoord en het stroomgebiedsbeheerplan, werden ok concrete resultaten behaald op het gebied van regulering. Er is een begin gemaakt met registratie en het uitgeven van vergunningen. “Bijeffect van deze stappen was dat het zelfvertrouwen en het zelfbewustzijn van de RBA groeide. Dat lijkt misschien moeilijk meetbaar, maar dat gegroeide zelfvertrouwen gaf een enorme boost aan de kwaliteit van hun werk en aan hun overtuigingskracht richting hun partnerorganisaties. Hun aanpak werd later niet voor niets aan andere RBA’s ten voorbeeld gesteld. ”

Je plek kennen

“Het is geen slechte oogst, en wij waren daar een klein stukje van,” concludeert Huisman bescheiden. Om succesvol te zijn in internationaal werk moet je volgens hem echt je plek kennen en dat betekent dat je luistert, ondersteunt en probeert je partner te laten ‘shinen’. “Het heeft kans van slagen als projecten zijn opgezet rond een vraag vanuit het gebied zelf. Daarnaast is continuïteit van extreem hoog belang. Als je structurele impact wilt hebben, dan zul je langer in een gebied aanwezig moeten zijn.”


Vanuit de Nederlandse waterschappen is een nieuwe benadering ingebracht. Huisman noemt dat de, Nederlandse waterschapservaring. Hij bedoelt daarmee dat problemen niet alleen operationeel of technisch worden benaderd, maar integraal. “Dus we kijken ook institutioneel, met oog voor samenwerkingspartners en het belang van beheer & onderhoud. Binnen dit project vonden wij het bijvoorbeeld belangrijk dat er overeenkomsten met andere overheden werden gesloten om informatie te delen en monitoringsgegevens uit te wisselen. Dat gebeurt inmiddels. Door middelen te bundelen kan zo, zonder extra investeringen, toch een grote slag op het gebied van waterkwaliteit worden geslagen. Dat brengt het weer een stuk dichterbij dat de gebruikers van het water de voordelen van het project zullen gaan merken.”


De impact op het waterschap

“Internationaal waterwerk kan het verschil tussen leven en dood maken,” heeft Huisman ervaren. “Conflicten over schaars water steken steeds vaker de kop op en ook misoogsten door droogte en overstromingen creëren reële risico’s.” Dat maakt het volgens hem zinvol dat de waterschappen wereldwijd actief zijn en dat ze via de Blue Deals bijvoorbeeld proberen om miljoenen mensen van voldoende en schoon water te voorzien. “Zo laten waterschappen zien dat ze hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen.”


“Je waterschapsorganisatie wordt ook sterker van een project als Awash,” daar is Huisman zeker van. Tijdens de werkbezoeken werken de collega’s nauw samen met elkaar, met mensen van andere waterschappen en met lokale waterbeheerders. “Dat verruimt je blik enorm. De perceptie is vaak dat het vakantiereisjes zijn. Maar collega’s die een keertje mee zijn geweest, zul je dat nooit meer horen zeggen. Het is hard werken, heel hard werken. Je leert er ook echt veel waar je in je Nederlandse werkzaamheden iets aan hebt.”



Flexibeler

Wie in het buitenland wil slagen, is gedwongen om zich open te stellen voor de ander. “Je wordt flexibeler,” zo verwoordt Huisman het. “Je realiseert je beter dat dingen die voor jou vanzelfsprekend zijn, dat voor je gesprekspartner helemaal niet hoeven zijn. Ook voor waterschappers in hun Nederlandse werk zijn dat belangrijke ervaringen. Ik zelf was bijvoorbeeld altijd voorzichtig en wilde het liefste elk project al helemaal geregeld hebben voor ik eraan begon. In Ethiopië heb ik geleerd dat dat niet altijd kan en ook niet altijd nodig is om tot goede resultaten te komen.”


Meer informatie over de ontwikkelingen in de Awash Basin is te vinden via het in 2019 en 2020 ontwikkelde online Awash Basin Platform.